Vaccineren hond en kat

Wij krijgen regelmatig vragen over het vaccineren van honden of katten. Hieronder geven wij kort informatie over het belang van vaccinaties, het vaccinatieschema voor hond en kat en de mogelijkheid tot titeren voor de hond.

Vaccinaties zijn er om besmettelijke ziekten te voorkomen of om ziekteverschijnselen na besmetting minder ernstig te maken.

Pups en kittens krijgen via de moedermelk afweerstoffen tegen ziekten. Vanaf 5 weken tot 4 maanden leeftijd verdwijnt deze weerstand, en kan het jonge dier zelf weerstand opbouwen. In deze periode zijn pups en kittens erg gevoelig voor het oplopen van infecties.

Hond
De vaccinatie is bedoeld om weerstand op te bouwen zonder ziek te worden. Om deze weerstand op peil te houden, moeten inentingen worden herhaald: sommige vaccinaties jaarlijks, andere slechts 1x per 3 jaar.
Het is ook mogelijk om met een bloedonderzoek (titerbepalingen) te onderzoeken of het herhalen van de vaccinatie nodig is.

Voor honden ziet het standaard entingsschema er als volgt uit:
-Op 6 weken leeftijd 1e enting tegen hondenziekte en parvo.
-Op 9 weken leeftijd 2e enting tegen hondenziekte, parvo, ziekte van Weil, hepatitis (leverontsteking) en eventueel kennelhoestenting in de neus.
-Herhaling op 12 weken leeftijd, behalve de kennelhoestenting in de neus.
Vanaf 3 maanden leeftijd kan ook gevaccineerd worden tegen hondsdolheid (rabiës). Drie weken erna mag uw hond mee naar het buitenland.
Op 1-jarige leeftijd worden honden gevaccineerd tegen hondenziekte, parvo, ziekte van Weil en leverontsteking. De entingen tegen de ziekte van Weil moeten jaarlijks herhaald worden. De entingen tegen hondenziekte, parvo en leverontsteking worden elke 3 jaar herhaald.

Voor deze 3 aandoeningen is het mogelijk de hoeveelheid beschermende antistoffen in het bloed te onderzoeken (titerbepaling). Bij voldoende hoge titers is het mogelijk de enting 1 jaar uit te stellen. Titeren voor de ziekte van Weil en voor kennelhoest is niet mogelijk. Bij pups jonger dan 1 jaar is titeren ook niet zinvol omdat pups nog antistoffen van de moeder in hun bloed (kunnen) hebben.

Kat
De vaccinatie is bedoeld om weerstand op te bouwen zonder ziek te worden. Om deze weerstand op peil te houden, moeten inentingen worden herhaald: niesziekte jaarlijks, kattenziekte slechts 1x per 3 jaar.

Het vaccinatieschema bij katten ziet er in het algemeen zo uit:
-Op 8-9 weken de 1e vaccinatie tegen katten- en niesziekte.
-Op 12 weken wordt deze vaccinatie standaard herhaald.
Vanaf 3 maanden kunnen kittens gevaccineerd worden tegen hondsdolheid (rabiës). Drie weken na deze vaccinatie mag uw kat dan mee naar het buitenland.
Op 1 jarige leeftijd worden alle eerder gegeven vaccinaties nog een keer standaard herhaald.
De niesziekte enting wordt daarna jaarlijks herhaald.

Bij binnenkatten kan de niesziekte vaccinatie worden uitgesteld. Houdt er wel rekening mee dat het niesziekte virus via handen en kleding kan worden overgebracht. En dat binnenkatten bij bezoek aan de dierenarts ook in contact kunnen komen met virussen van zieke katten.
De enting tegen kattenziekte wordt standaard elke 3 jaar herhaald.
Bij oudere dieren neemt de weerstand wat af. Een opflakkering van een virale aandoening kan bij oudere dieren daarom heftiger verlopen. Het is belangrijk om deze wat meer kwetsbare dieren goed te blijven beschermen.